Toeslagbeleid

DE WAARDE VAN UW PENSIOEN/ TOESLAGBELEID (INDEXATIE)

Door de inflatie stijgen de prijzen van goederen en diensten normaal gesproken jaarlijks, waardoor geld ieder jaar iets minder waard wordt. U kunt met hetzelfde bedrag dit jaar dan iets minder kopen dan vorig jaar. Pensioenfonds Citigroup probeert uw pensioen mee te laten stijgen met de prijsstijgingen. Wij noemen dit een waardevast pensioen. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen indien mogelijk jaarlijks wordt verhoogd aan de hand van de stijging van de prijzen door middel van een toeslagverlening, ofwel indexatie. Die toeslagverlening vormt géén deel van de pensioentoezegging door de werkgever. De werkgever heeft daar namelijk geen premie voor betaald. De toeslag is daardoor afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds.

Het lukt niet altijd om de pensioenen te verhogen. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat het pensioenfonds de toeslag niet of niet volledig kan of mag toekennen. Dat betekent dan dat uw pensioen minder waard wordt. Als het daarna financieel meezit, kan door het pensioenfonds eventueel een extra toeslag worden verleend om koopkracht te herstellen (inhaaltoeslag).

Toeslagenbeleid

Het uitgangspunt voor de toeslagen is de stijging van de consumentenprijsindex (CPI) voor alle huishoudens van december tot december. Elk jaar beslist het bestuur of – en zo ja in welke mate – de pensioenen worden aangepast. Hierbij kijkt het bestuur altijd naar de beleidsdekkingsgraad; op basis van de beleidsdekkingsgraad wordt vastgesteld welk gedeelte van de stijging van de CPI kan worden toegekend.

Als over een kalenderjaar een toeslag wordt toegekend, gebeurt dat altijd per 1 april.

Hoewel het pensioenfonds streeft naar een volledige toeslag op basis van de CPI is toeslagverlening van de pensioenen voorwaardelijk en daarmee onzeker. Het toekennen van een toeslag is dus geen recht of vanzelfsprekendheid, maar hangt af van de financiële positie van het pensioenfonds. Pensioenfonds Citigroup heeft een toeslagbeleid dat is gebaseerd op toekomstbestendig indexeren. Toekomstbestendig indexeren houdt in dat Pensioenfonds Citigroup alleen een toeslag mag verlenen als de beleidsdekkingsgraad per 31 december van het kalenderjaar hoger is dan 110%. Ligt de beleidsdekkingsgraad onder de 110% dan mag op basis van toekomstbestendig indexeren geen toeslag worden gegeven.

Bij een beleidsdekkingsgraad boven de toekomstbestendig indexerengrens (die afhankelijk is van de economische situatie en daarmee variabel is) kan een volledige toeslag worden toegekend vanuit het vermogen van het pensioenfonds. Boven die grens kunnen wellicht zelfs inhaalindexaties aan de orde zijn.

Als het pensioenfonds niet op eigen kracht (volledige) toeslag kan verlenen conform de jaarlijkse stijging van de prijzen op basis van de financiële positie van het pensioenfonds en toekomstbestendig indexeren, dan bestaat de mogelijkheid dat de werkgever een aanvullende financiering beschikbaar stelt. Op basis daarvan kan het pensioenfonds een aanvullende voorwaardelijke toeslag toekennen, onder de voorwaarde dat de werkgever akkoord gaat met de betaling van deze aanvullende toeslag. Ook daarvoor geldt dus dat het voorwaardelijke rechten zijn die afhankelijk zijn van de financiering door de werkgever.

Deze aanvullende toeslag wordt als volgt bepaald:

  • 1991-groep: Een dusdanige aanvulling op de toeslag die op basis van toekomstbestendig indexeren gegeven kan worden dat de totale toeslag voor de 1991-groep overeenkomt met de volledige stijging van de prijzen.
  • Niet-1991 groep: Een dusdanige aanvulling op de toeslag die op basis van toekomst bestendig indexeren gegeven kan worden dat de totale toeslag voor de niet-1991 groep overeenkomt met 50% van de stijging van de prijzen. Als de toeslag vanuit de financiële middelen van het pensioenfonds al overeenkomt met minimaal 50% van de stijging van de prijzen, is geen sprake van een aanvulling op de toeslag vanuit de werkgever.*

* In de toeslagbrief en in de UPO kunt u lezen of u tot de 1991-groep of de niet-1991-groep behoort.

Inhaaltoeslag

Voor een inhaaltoeslag gelden de volgende richtlijnen:

  • De inhaaltoeslag heeft geen gevolgen voor de (reguliere) in de toekomst te verlenen toeslag;
  • De beleidsdekkingsgraad behoudt het niveau van het vereist eigen vermogen, bedoeld in artikel 132 Pensioenwet en in enig jaar zal ten hoogste een vijfde van het vermogen, dat voor incidentele toeslagverlening beschikbaar is, worden aangewend;
  • Een inhaaltoeslag wordt uitsluitend toegekend aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden met een toeslagenachterstand als gevolg van in het verleden niet toegekende toeslag;
  • Inhaaltoeslag heeft alleen betrekking op toekomstige pensioenuitkeringen en wordt dus niet met terugwerkende kracht verleend;
  • Bij gedeeltelijke inhaaltoeslag wordt op fondsniveau gekeken welk gedeelte van de niet toegekende toeslagen ingehaald kan worden. Voor iedere gewezen deelnemer en pensioengerechtigde met een toeslagenachterstand wordt een gelijk percentage van de totale toeslagenachterstand ingehaald, ongeacht het moment van ontstaan van de toeslagenachterstand;
  • Jaarlijks wordt eerst door het bestuur besloten of toeslag moet plaatsvinden en vervolgens of eventueel inhaaltoeslag mogelijk is.

Elk jaar neemt het pensioenfondsbestuur een besluit ten aanzien van het toekennen van toeslagen en compensatie van in het verleden niet toegekende toeslagen (inhaaltoeslag). Hier vindt u meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad.