Naast ouderdomspensioen heeft u ook partnerpensioen opgebouwd. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen bij pensioeningang wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer). Het betreft hierbij opgebouwd partnerpensioen vanaf 1 januari 2001. U kunt dit aangeven bij pensioeningang.
Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om te ruilen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Als u wél een partner heeft moet hij/zij het wel eens zijn met deze keuze.
Ouderdomspensioen ruilen voor extra partnerpensioen is ook mogelijk. Als blijkt dat er geen of te weinig partnerpensioen voor uw partner is als u overlijdt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger partnerpensioen van het pensioenfonds wanneer u komt te overlijden. Dit partnerpensioen kan nooit meer dan 70% van het ouderdomspensioen bedragen.